Nieuws

donderdag 7 april 2016

maandag 14 december 2015

dinsdag 8 december 2015

donderdag 5 juni 2014

Veel gestelde vragen

Hoe vaak moet een fittest worden afgenomen?

Omdat elk merk, elk model en elke maat niet precies gelijk zijn, zou een gebruiker van adembeschermingsmiddelen elke keer als hij een ander merk, model of maat draagt een fittest moeten ondergaan. Ook gewichtsschommelingen of veranderingen/aanpassingen aan iemands gelaat of gebit hebben invloed op de pasvorm van het masker. Als deze schommelingen of veranderingen zich voordoen, is het verstandig een fittest af te nemen. In alle andere gevallen is het aan te raden minimaal één keer per jaar een fittest af te nemen.

OSHA vereist dat het fittesten van overdrukmaskers uitgevoerd worden in de onderdruk mode. Wat bedoelen zij hiermee?

Het Fittesten van een overdrukmasker in een onderdruk mode kan op twee manieren. Eén manier is om het masker tijdelijk om te zetten naar HEPA filters in plaats van de gebruikelijke luchttoevoer. Gasmasker fabrikanten (en TSI) hebben speciale pasvorm fittest adapters beschikbaar voor dit doel. De andere manier is om permanent een onderdrukmasker van het zelfde merk en type beschikbaar te stellen. De meeste fabrikanten bieden onderdrukmaskers aan die hetzelfde zijn aan de SCBA’s en PAPR’s. Zowel OSHA als ANSI hebben beide methoden goedgekeurd.

Waarom is fittesten belangrijk?

Door de toenemende globalisering krijgen bedrijven steeds meer te maken met verschillende gelaatsvormen en hoofdmaten van medewerkers. Er zijn ook vele soorten en maten adembeschermingsmiddelen verkrijgbaar. Maar, niet iedereen maakt gebruik van het juiste, passende, middel. Daardoor sluit het adembeschermingsmiddel niet altijd goed aan op het gezicht en is de gebruiker onvoldoende beschermd. Controle van de pasvorm met een fittest is dus belangrijk.

Daarnaast is een fittest geschikt als trainingsmiddel om de gebruiker te trainen hoe het adembeschermingsmiddel op te zetten en te onderhouden.

Waarom vereist OSHA het fittesten van overdrukmaskers? Is de lekkage niet altijd naar buiten?

Sommige mensen denken dat Fittesten van SCBA niet nodig is omdat de luchtstroom altijd naar buiten is. Uit studies blijkt echter dat het mogelijk is om bij zware inspanning te gaan ‘over ademen’.  Dit wil zeggen dat de drager sneller inhaleert dan de luchttoevoer. Hierdoor ontstaat een moment van onderdruk in het masker.

Deze maskers worden vaak toegepast in extreem gevaarlijke omgevingen, waarbij een korte lekkage ernstig letsel kan veroorzaken. Veel brandweerlieden gebruiken een SCBA en worden elk jaar voor rookvergiftiging behandeld. Hoe zou dit kunnen gebeuren als de lucht altijd naar buiten lekt?

Een andere reden om een goede pasvorm te hebben is om genoeg lucht in de tank te houden, aangezien veel lekkages ervoor zorgen dat de tank sneller leeg is.

De twee redenen die gebruikt worden voor het fittesten van onderdruk maskers gelden ook voor overdrukmaskers:

  1. Weet de drager op een juiste manier het masker op te zetten?
  2. Welke maat masker is het beste voor de persoonlijke drager?

Wat is een afdichtingstest of ‘seal check’ die een gebruiker kan doen bij het gebruik van adembescherming?

Het is een procedure die door de drager van het masker wordt uitgevoerd om te bepalen of het masker goed zit. De afdichtingstesten kunnen zowel met een positieve als negatieve druk uitgeoefend worden. Bij een negatieve druk (afbeelding links) moet het masker opgezet worden zodat het comfortabel zit. Vervolgens worden de filters of filtereenheid geblokkeerd met de handen zonder deze te vervormen. Als het om een motor aangedreven unit gaat moet de luchttoevoer uitgeschakeld worden. Adem rustig in om een vacuüm te creëren en kijk of het masker lichtjes ingedeukt is.

Nadat de afdichtingstest onder negatieve druk is uitgevoerd, kan de test onder positieve druk (afbeelding rechts) worden uitgevoerd. Bedek hierbij het uitademventiel en/of luchtslang met de handen, zodat er geen lucht meer uit het masker weggevoerd kan worden en adem rustig uit. Er ontstaat een lichte positieve druk in het masker waardoor het lichtjes bol gaat staan.

 

Afdichtingstest

Wat is een fittest?

Een fittest is de controle van de pasvorm (fit) van een adembeschermingsmiddel op iemands gezicht. De test wordt afgenomen door een ‘fittester’. 

Fittesten zijn uitsluitend af te nemen bij gebruikers van de zogeheten ‘Tight Fitting’-middelen: stofkapje, half- en volgelaatsmaskers. 

Daarnaast is een fittest geschikt als trainingsmiddel om de gebruiker te trainen hoe het adembeschermingsmiddel op te zetten en te onderhouden.

Er bestaat geen fittest voor loszittende hoofdkappen; de fittest controleert immers de afdichting van een masker op het gelaat. 

Wat is een Persoonlijke Fit Factor?

Tijdens een fittest wordt bij elke oefening een ‘fitfactor’ berekend. De fitfactor zegt iets over de mate van bescherming van het adembeschermingsmiddel in combinatie met de gebruiker. Deze fitfactor wordt berekend aan de hand van een meting van de concentratie aan stofdeeltjes binnen én buiten het masker.

Rekenvoorbeeld:

Een gebruiker van een volgelaatsmasker ondergaat een kwantitatieve fittest. Buiten het masker wordt er een concentratie van 3000 deeltjes/cm3 gemeten. Binnen het masker is de 
concentratie 1. De fitfactor is dan: 3000 / 1 = 3000

De vereiste fitfactor wordt afgeleid van de toegewezen protectiefactor van het adembeschermingsmiddel. Voor het volgelaatsmasker in dit rekenvoorbeeld is dat 20. Dit getal vermenigvuldigen we met een veiligheidsmarge 10. Dus: 20 x 10 = 200.

Conclusie: de gemeten fitfactor (3000) ligt ruim boven de vereiste fitfactor van 200. Het adembeschermingsmiddel sluit voldoende aan op het gezicht en heeft daarmee een goede ‘fit’.

Welke adapter(kit) is er nodig voor de aansluiting van het masker op de PortaCount?

Hiervoor kunt u deze lijst downloaden waarin een overzicht staat van de meeste maskers en de bijbehorende adapters. Staat uw masker er niet bij? Neem dan contact met ons op voor meer informatie. 

Welke fittest methodes zijn er?

Een fittest is de controle van de pasvorm (fit) van een adembeschermingsmiddel op iemands gezicht. Er zijn verschillende methodes om een fittest af te nemen.
 
Kwalitatieve fittest

De kwalitatieve fittest is een subjectieve testmethode en wordt ook wel de bitter/zoet-test genoemd. Bij deze test moet de gebruiker zijn adembeschermingsmiddel opzetten en krijgt daarna een grote kap over zijn hoofd. In deze kap wordt een bittere of zoete stof verneveld die men kan proeven. Neemt de gebruiker de geur of smaak niet waar tijdens de test, dan valt de fittest positief uit en kan de gebruiker het adembeschermingsmiddel gebruiken op de werkplek.

Kwantitatieve fittest

De kwantitatieve fittest is een objectieve manier om de afdichting van de adembescherming op de medewerker te controleren. Om een kwantitatieve fittest methode uit te voeren moet er een fittest protocol gevolgd worden. Hier is de HSE 282/28 uit Engeland een voorbeeld van.
Elk fittest protocol bestaat uit verschillende oefeningen die de drager van het adembeschermingsmiddel moet doorlopen. Gedurende de fittest wordt bij elke oefening een ‘fitfactor’ berekend. De fitfactor zegt iets over de mate van bescherming van het adembeschermingsmiddel in combinatie met de gebruiker. Deze fitfactor wordt berekend aan de hand van een meting van de concentratie aan stofdeeltjes binnen én buiten het masker. 
De oefeningen tijdens een fittest zijn o.a. het hoofd naar boven en beneden bewegen,  hardop praten en diep in-en uitademen. Hiermee wordt de werkplek situatie zo goed mogelijk nagebootst. 
 
Welke methode is het meest geschikt?

Welke methode het meest geschikt is, is op voorhand moeilijk te zeggen. Op de pagina methode en technieken vindt u meer informatie om tot een juiste keuze te komen.

Welke normen en richtlijnen gelden er binnen Nederland inzake fittesten?

Een tijd geleden is besloten, dat de Europese CE-normering voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) en de afwijkende tegenhanger uit Amerika (NIOSH) in elkaar geschoven gaan worden tot één nieuwe wereldwijde ISO-norm. Wanneer deze norm van kracht wordt is nog niet te zeggen, maar de  eerste productgroep die onder deze ISO-norm zal gaan vallen is adembescherming. Waarschijnlijk zal er een verplichte Fittest worden ingevoerd. 

Tot die tijd zijn er de huidige normen en richtlijnen: HSE 282/28, France JORF n0062 en EN-529:2005.

Zijn fittesten in Nederland verplicht?

Een hele tijd geleden is besloten, dat de Europese CE normering voor PBM´s en de (afwijkende!)  tegenhanger uit Amerika (NIOSH) in elkaar geschoven gaan worden tot één nieuwe wereldwijde ISO-norm. Eigenlijk logisch, want fabrikanten hebben te maken met twee productranges voor dezelfde aangeboden bescherming. En multinationals kunnen niet wereldwijd dezelfde regels voorschrijven. Deze operatie heeft nogal wat gevolgen. Niet alleen voor de producenten, maar denk ook eens aan de keuringsinstanties. Die moeten zich voorbereiden op een grote verandering in de uit te voeren testen. In principe zullen alle PBM´s opnieuw (en anders) gekeurd moeten worden.

De eerste productgroep die aan de beurt is, is de adembescherming. Er is een wereldwijde CE/NIOSH werkgroep aan het werk gegaan. En er ligt inmiddels een concept ISO-norm op tafel. We hebben tijdens onze jaarvergadering in 2011 (bij 3M in Düsseldorf) een interessante uitleg gekregen over de te verwachten verschillen.

Conclusie: het wordt helemaal anders. Zelfs de aloude en bekende gekleurde ringen op filterbussen verdwijnen. En er wordt waarschijnlijk een verplichte Fittest ingevoerd. Wanneer dezer norm van kracht wordt? Nog niet duidelijk te zeggen. 2015/2016? Of het voorliggende concept ongewijzigd definitief wordt? We weten het niet. Er zal vast nog wel wat veranderen…. 

In de huidige Amerikaanse NIOSH-adembeschermings-norm staat een verplichte Fittest voor gelaatsmaskers. De mensen die de test afnemen moeten "voldoende deskundig" zijn. In de praktijk voeren daarom Arbeidshygiënisten in de USA de Fittest uit. De werkgever moet dit in de gaten houden en is verantwoordelijk.

Bron: AVAG